maandag 26 juli 2010

Mens en natuur


Mijn explorerende grondhouding:

1) Ik stel vast dat ik toch nieuwsgierig ben naar de zon, de maan, ... Nog meer werd ik er zelf van bewust, wanneer ik een studente Secundair Onderwijs met een boek bezig zag ter herhaling van haar examen. We praatten samen over de zon en de stand van de zon, en hoe boeiend dit is voor de middelbare school. Maar ik ben me ervan bewust dat ook kleuters geboeid zijn door de zon, de maan, de sterren, ... Later op de avond reed ik terug naar huis, en stelde ik mezelf de vraag, wat weet ik van de zon, de sterren, de planeet... Eigenlijk maar weinig, dus ik wil meer te weten komen over dit onderwerp.

Mijn concrete leerwensen:
Ik wil meer te weten komen over de zon, de maan, de aarde,de wolken... in de eerste plaats voor mezelf, maar ook om een antwoord te kunnen geven op vragen van kleuters.

Actieplan:
Ik zoek vooral informatie op via internet.
Ik probeer de opgezochte info te plaatsen en ga ook concreter kijken naar de stand van de zon, de maan, de sterren...
Ik zoek uit wat voor mij nuttige info is en hoe ik dit met kleuters zou kunnen toepassen.
Indien ik de kans heb, bezoek ik eventueel een leeromgeving (bv. het Planetarium) i.v.m. het zonnestelsel.
Ik zoek info over de Urania mobiel.

Leerplandoelen:
7.25 Kinderen zien in dat het weer de leefgewoonten van mensen beïnvloedt, en kunnen ook verschillende weertypes onderscheiden zaols hittegolf, storm,...
7.27 Kinderen beseffen dat de aarde een element is van de kosmos en kunnen hun bewondering en verwondering tonen voor het onmetelijke van de kosmos, de sterren, voor de verwezenlijkingen van de ruimtevaart.

Mijn leerresultaat:
Ik weet weer opnieuw dat we 9 planeten hebben, dat de zon onze lichtbron is en warmte geeft en dat je via wikijunior heel wat info verkrijgt.
Als ’s avonds de zon ondergaat, de sterren tevoorschijn komen. Omdat de zon zoveel licht geeft, kun je overdag de sterren niet zien.
De zon overstraalt de sterren. Alle sterren zijn zonnen, net als de zon.

Sommige zijn kleiner, maar er zijn er ook die veel groter zijn dan de zon.
Omdat deze heel ver weg staan, zien we alleen maar lichtstipjes. Sommige sterren lijken in groepjes te staan.

Een zonnestelsel ook de verzamelnaam van hemellichamen is bestaande uit een centrale ster.

Er is nog heel wat meer info, die ik kan lezen en terugvinden, met de H van hoofd, krijg ik nu meer kennis en inzicht, maar ik merk dat het vandaag nog niet voldoende is.




Dus wat doe ik: ik kijk door het raam, geen enkele ster te zien. Wel zie ik de maan. Deze hangt boven een wolk. Door het licht van de maan, ziet de wolk er wat donkerder uit dan de rest van de lucht. Wat vertelt de maan mij? Ik probeer nu mijn beleving te beschrijven. De maan is rond, het is voor mij volle maan. Maar ik twijfelde even, en geen probleem, ik gebruik terug de H van hoofd om kennis op te doen wat de stand van de maan vandaag is. Vervolgens ben ik gaan kijken, en heb ik mijn zintuigen gebruikt om de stand van de maan op te merken, en heb ik vanuit mijn hart, ervaren en beleefd. Ik weet waar de maan staat, hoe ze staat, en bovendien kon ik er een tijdje naar kijken. Op deze manier wil ik ook andere hemellichamen weer herontdekken.

zaterdag 29 mei 2010

Wat heb ik gedaan met mijn leerweg?

Ondertussen heb ik vandaag mijn beginsituaties op de verschillende brillen aangevuld.

Dit door een reactie toe te voegen.

Niet alle Actieplannen zijn bereikt! Tijd is hier ook een groot probleem geweest. Ik ben zo vaak bezig met heel wat dingen, maar merk dat er daardoor ook dingen blijven liggen.

Ik neem mijn blog als werkpunt in de verlofperiode.

Ik heb al vermeld in de blog dat ik nog maar in een leerspoor ben, maar merk inderdaad dat ik vanuit mijn explorerende grondhouding, mijn leerwens, mijn actieplannen en resultaten moet vertrekken.

Dit zijn dus zeker ook de werkpunten voor het 2de jaar!

Mens en medemens

Hoe heb ik hier vooral naar gekeken tijdens de stageperiode?

Ik heb ondervonden dat pestgedrag en verdriet en geluk bij kleuters heel kort bij elkaar kunnen liggen.

Wat heb ik gezien:
Pestgedrag/ruzie: Als je het tegen de juf zegt, dat komt mijne papa uwe papa pijn doen. (Jelle T.: ik moet dat worstje van u hebben, geef me uw koek,...)

Verdriet en opluchting: voor de ene kleuter verdriet, voor de andere kleuter een opluchting: Gilles: Juf Ann, ik heb het uitgemaakt bij Imke, die zaagt te hard. Imke hoorde dit en begon heel hard te wenen.

Geluk: Kamperen in de klas: 26 kleuters van de 27 mochten van de ouders komen kamperen in de klas. Wanneer Juf Tamara vertelde dat we gingen kamperen hing er nogal een vreugde, maar wat voor hun nog leuker werd:
1) De toestemming van de ouders.
2) Juf Ann komt ook slapen.

Laatste stagenacht/dag: donderdag 20 mei op vrijdag 21 mei 2010:
Het kamperen: geweldig, de kleuters slapen heel goed, Juf Ann = geen kwartier op de nacht. Maar alles voor de kleuters hé!

Nog specialer werd het afsluitmoment: vrijdagnamiddag: het afscheid: Juf Ann die niet meer komt... Een meisje begon te wenen, vervolgens een 2de, nog een 3de, 't ja, dan heb ik maar meegeweend hé... Gilles die zo lief kon zeggen: Juf Ann, ik ga u bij pépé nog wel eens zien hé...

We sluiten af met een groepsknuffel, niet min, 27 kleuters die op u liggen... maar de idee van een gans jaar met 5-6 jarigen om te gaan, afscheid moeten nemen...
Inderdaad: ik heb veel geleerd over kleuters en kan nu echt wel zeggen dat geluk en verdriet kort bij elkaar liggen.

Ik heb dit jaar leren samenwerken met de ouders van de kleuters, thema Moederdag heeft me hiervoor uitgenodigd. Door de aanmoediging van de ouders, de stimulerende woorden van: Juf Ann, dat heb je goed gedaan! of Juf Ann, je moest eens weten wat ons Rosie allemaal vertelt over jou, dat kind is daar echt mee bezig...

Dus concreet: Ik stel vast dat:
- ik mezelf nog beter heb leren kennen: dat ik een steun kan zijn voor iemand, dat ik kan luisteren naar iemand, dat ik dingen wil uitpraten met anderen, dat ik wil samenwerken,
- dat ik naar de kleuters heb leren luisteren (zie bovenstaande punten van verdriet en geluk), naar hun geluk en verdriet, dat ik er met hen concreet over gepraat heb, wat doet dit met jou? Wat vind jij daarvan? Hoe zouden we het kunnen oplossen?...
- dat ouders betrekken in het onderwijs ook belangrijk is in 2 richtingen: 1) relatie ouders - kind - 2) relatie ouders - juf.

Leerwens:
- Dit jaar is het wel goed gegaan om contacten te leggen, om te steunen, om te troosten, om zelf met mijn gezinstoestand te komen tot waar ik nu sta, maar hoop dat dit ook volgend jaar nog mogelijk is. Vandaar dat mijn leerwens opnieuw deze is: hoe ga ik om met nieuwe mensen? Met een nieuwe school? Met verdriet? Met geluk? Met pestgedrag?
- Hoe kan ik ook volgende periodes weer omgaan met de ouders?
- Ook volgend jaar weer opnieuw met nieuwe kleuters deze weg afleggen.

Actieplan:
- gewoon mezelf blijven.
- observeren van een nieuwe school, klas, sfeer,...

Terugblik op dit schooljaar:

Wanneer ik vandaag de opdracht opnieuw lees: Maak een blog WO..., dan merk ik dat mijn leerproces begonnen is, maar nog niet heel duidelijk in de blog zelf weergegeven wordt. Vandaar dat ik hier en daar wat reacties toegevoegd hebt, betreffende mijn explorerende grondhouding, mijn leerwens, mijn actieplannen, mijn leerresultaat.

Als ik even samenvat hoe mijn explorerende grondhouding vandaag is: dan stel ik vast dat:

Ikzelf nog in een leerproces zit. Dat ik nog heel veel werkpunten heb. Dat ik van helemaal geen interesse hebben in, weer uitkom in interesse opwekken, onderzoeken, kortom breder leren kijken.

Vanuit het blad: visie op W.O.:
Leerwens:
- Mezelf meer bezig houden met: ik vraag me af ... /ik zou willen weten of ... /Is het waar dat ...
- Meer openstaan voor contact zoeken met materialen uit mijn omgeving/zoeken naar nuttige info/nuttige materialen die ik kan koppelen aan de W.O.-brillen.
- Nog breder leren kijken naar een onderwerp.
- leren mijn gevoelsindrukken bij een eerste contact met het materiaal spontaan verwoorden.

Actieplan:
- Kijken naar kinderen/kleuters: waar zijn zij mee bezig? Mezelf aansporen om vanuit hun zinnelijkheid zelf ook weer aangezet worden tot exploreren.
- Tip van Jeannine: een boekje bijhouden met daarin de bezigheden van de kleuters: voetbal, verdriet, hobby's, spelletjes,...
- Breed blijven kijken i.f.v. het thema (stageklas), dit koppelen aan wat ik wil, aan wat kleuters willen. Waar laat ik de kleuters in groeien?
- De opbouw van een LVB goed uitschrijven als hulpstuk tot het brengen van een activiteit.

Wat zou mijn leerresultaat dan zijn:
- Als ik dit allemaal zou kunnen, denk ik dat mijn basiscompententies nog sterker zullen worden. Ik wil als onderzoeker en innovator groeien, maar ook als inhoudelijk expert. Het overbrengen van info, vanuit de brillen en vanuit het leerplan, maakt je les veel krachtiger.

Ervaring rond mens en tijd:

Ik stel vast dat ik tijdens mijn stageweek vaak problemen had met 'TIJD'. Ik wilde teveel doen met de kleuters (had ook teveel voorbereid). Dit alleen was niet mijn probleem, mijn horloge werkte niet meer.

Regelmatig keek ik naar het uur op mijn GSM, maar vond dat niet zo'n goed idee.

Vandaar dat timemanagement soms wel een probleem gaf!

Mijn actieplan is:
Het aanschaffen van een nieuwe horloge!

Mijn leerresultaat is:
Een horloge heb je inderdaad wel nodig.
Dit om de activiteiten op de juiste tijd te kunnen starten/stoppen. Wanneer je ook met tijd bezig bent, verloopt je timemanagement eens zo vlot.

Bovendien: niet teveel willen doen met de kleuters. Je hebt maar een beperkte tijd waarin je activiteiten kan doen. En bovendien moet je rekening houden met opruimen!

maandag 5 april 2010

Vandaag: echt wel op zoek naar beestjes in de natuur...



Wanneer de paardenprocessie gedaan was, besloten we om met de kinderen nog wat verder te wandelen. Er was namelijk nog wat kermis in het dorp. Dus ja, ze waren braaf geweest, dan mag dat wel.

Dit betekent dan ook opnieuw een lange wandeling maken. We moesten even voor een hindernis aan de kant, en kijk daar zag ik net 2 slakkenhuizen. Ik had Siemon en Gilles bij me, en ik wees hun erop. Zie Gilles, kijk Siemon, ik zie nog natuurbeestjes. Oh, slakken.. Ik wil die. Wat verder zag ik een bekertje liggen. Ik zei dan ook tegen Siemon, jongen, als jij die slakjes wil hebben, dan moet je hiervoor goed zorgen. Misschien kan je dat bekertje daar gebruiken om de slakjes in te zetten.

Ik zag wel aan het bekertje dat er een bier had ingezeten, dus ik hoop dat onze slakjes niet zat worden... Ja maar, zegt Siemon: ik zal er gras in doen, dan kunnen ze lekker eten. Ik vroeg of er wel slakjes inzaten, en ja hoor, gelukkig wel. Maar op dat moment was het voor Siemon en Gilles genoeg. De 2 slakken in het bekertje en we wandelen weer verder.

De jongens zouden bijna ruzie gemaakt hebben om dat potje vast te houden. Toch konden ze onder elkaar overeenkomen om het bekertje beurtelings vast te houden. Wat later kwam de slak zelf piepen. Dit werd weer boeiend. Kijk Ann, die komt kijken. De slak kleefde haar vast aan het bekertje. Maar helaas voor de slak, Siemon verstopte ze terug onder het gras. Hier bij mij blijven hé! De slak deed dit enkele malen. Daardoor werd het weer interessant om de kinderen te laten kijken naar het kopje van de slak en naar wat zichtbaar was...

We bespreken het huisje, de kleuren, zwart/wit en zwart/geel.
We bekijken het kopje: de voelsprieten, heeft die de oogjes?
We voelen aan de slak: glad, glibberig, en ze hecht zich vast aan het potje.
Hoe komt dit?
Heeft de slak pootjes?

Volgens Siemon had de slak pootjes, gelukkig voor ons dat de slak kwam piepen, want een slak heeft geen poten, maar komt toch vooruit. We bekijken het van kortbij.
Hoe geraakt die slak dan vooruit? Ik zei tegen Siemon: Stel je vraag maar eens aan de slak? Hoe kruip je slakje? Hij zag zelf hoe de slak vooruit kroop. Met nog wat extra info van mij,kwamen we aan heel wat antwoorden.

Het gedeelte waar de slak mee loopt heet de voet. Daar zitten spieren in en maakt hij
verschillende golfbewegingen om te kunnen kruipen. Een slak die kruipt maakt een slijmlaag tussen zichzelf en waar de slak zich op verder beweegt. Op donkere achtergrond, bv. aarde, kunnen we ook wel wat slijm zien. Zo maakt de slak een spoor.

We willen toch ook wel eens zien of er oogjes zijn of niet.. Waarom zie ik geen oogjes, en wat zijn die sprieten, vraagt Siemon?

Een slak heeft geen zichtbare ogen en oren, maar wel sprietantennes: twee korte en twee lange voelhorens. De korte sprietantenne zorgt ervoor dat de slak kan voelen en ruiken. En op de lange staan de ogen. Ik heb ooit al eens iemand dit horen zeggen:
“ogen op steeltjes”.
Als je de slak aanraakt, dan kan de slak zijn antennes intrekken en soms kan de slak ze ook weer uitsteken. Misschien doet de slak dat straks nog wel eens hé.
Als de slak zich niet goed voelt, soms is die al eens bang, of voelt die zich niet veilig, dan maakt de slak hem erg klein. Dan kruipt die in zijn eigen schuilplaats: zijn huisje.

Siemons reactie: schitterend: wauw, wat een coole slak. Hij herhaalde nog enkele dingen die ik gezegd had tegen zijn broertje Gilles.

Een prachtig moment: het wormenhotel in volle grond!






Paardenprocessie: Hakendover...

Vandaag gingen we naar de paardenprocessie van Hakendover. Door het massaal optreden van bezoekers, konden we niet anders dan een hele lange wandeling te maken. Dit heeft ons goed gedaan. Mijn vriend en ik samen met Gilles, Siemon en Yarno. Vandaag waren het echt drie flinke jongens, hoor! Gilles: 3-jaar, heeft heel flink gewandeld. Plots merkte ik op dat wanneer ik een stap zette, hij er 2 nodig had om me te volgen. Zonder één kik te laten, kwamen we op het veld. Het wachten op de paardenkoers, gaf Siemon een andere indruk. We stonden namelijk op een afgemaaid maïs-veld. Door de regen van de afgelopen dagen, kan je je wel voorstellen wat een pap het op sommige plaatsen was.

Siemons ogen vielen op wormen. Kijk, Ann, wat hier in de aarde ligt. Een hele lange worm! Hij bekeek de worm heel aandachtig, volgde hem een stukje om te kijken waar naar hij toe zou gaan. Ik stuurde Siemon een beetje:
Is het een sportieve worm?
Wat zie je aan de worm?
Hoe kruipt hij verder?
Zou de worm een huisje hebben? ...

Elke vraag werd een nieuwe prikkel voor Siemon. Maar ook voor zijn broers Gilles en Yarno. Zelfs een meisje (ik schat haar 3 jaar) werd benieuwd. Zij kwam ook kijken naar de worm. Kijk, zei ze tegen haar mama. Maar haar mama was meer bezig met het al dan niet vuil worden van haar kleertjes, dan met haar meisjes' nieuwsgierigheid.

Ik kon het niet laten om toch ook dat meisje wat mee te geven. Dus de vraagjes die ik aan Siemon gesteld had, herhaalde ik voor dit meisje. Ik ben Lotte, zei ze plots. Lotte was nieuwsgierig, maar teruggetrokken. Ze wees naar de worm, maar zag het niet meteen zitten om deze worm te pakken. Siemon had daar helemaal geen probleem mee. Daarom dat ik vroeg: Lotte, Siemon zal de worm pakken, wil jij dan wel eens met je vingertje aan de worm komen? En ja hoor, dit hielp al. Wat later had zij haar durf gevonden en nam ze de worm zelfstandig vast. Gilles en Yarno lieten het zo, zij pakten de worm zelf niet vast. Ik weet dat Gilles weinig in contact komt met ervaringsgerichte ontdekkingen, waardoor hij heel wat mist in het ontdekken uit dingen vanuit de natuur etc. Hij is vlug bang voor dieren, o.a. voor enkele honden en ook de paarden die wij vandaag zagen, ging hij een flinke stap achteruit en weende erbij. Toch merk ik dat wanneer Gilles en ik de worm samen pakten, hij er wel interesse had.

De vreugde van Siemon kon niet meer stuk. Ann, zie 3 wormen, neen 4 wormen en een babyworm,..

Ik vroeg aan Siemon of het misschien een sportkamp voor wormen was, want ik zag vele gaatjes in de grond. Volgens Siemon wel hoor, want in die gaatjes is een gangetje en zo gaan deze wormen hun bedje in...

En nog beter: Toen de beestjes moesten rusten, ging Siemon het wormpje helpen, althans dat dacht hij. Hij duwde het beestje was dieper de grond in, dan kon hij vlugger zijn holletje in.

Nog een opmerking betreffende die beestjes: de beestjes lieten een slijmspoor achter, dit gingen we volgende keer eens opsporen in een boekje.

Thuisgekomen: opzoekwerk: slijmsporen van wormen, we hebben dit samen bekeken, en Siemons leervraag was wel beantwoord...

Regenworm:

Voedsel
Wormen eten organisch materiaal zoals half vergane blaadjes, zaden, hele kleine beestjes die je bijna niet kunt zien en resten van allerlei dieren die ze tegenkomen. De uitwerpselen die de wormen achterlaten is luchtig en is zeer voedzaam voor de planten. De grond wordt er beter van structuur van; kruimelig en goed luchtig.

Waar leven ze?
Wormen leven en werken het liefst in het duister. Tot aan het grondwater is hun werkterrein. Ze maken soms wel gangen van 2 meter diep. Het meeste voedsel is in de bovenlaag van de bodem te vinden, dus is het logisch dat je ze daar meestal kunt vinden. In de winter er in droge tijden trekken ze dieper weg in de grond.

Vijanden
Wordt het de worm te nat, dan kruipt hij zijn gang uit en waagt zich even bovenin of zelfs boven de grond. Merels en lijsters staan de wormen dan al op te wachten. In noodgevallen scheiden ze een vochtige kleefstof uit en pakken zich met aarde in tegen uitdrogen.

Bijzonderheden
De regenworm bezit zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen, maar kan zichzelf niet bevruchten. Er zijn wel 1800 verschillende soorten regenwormen en ze zijn familie van de bloedzuigers en de, in zee levende, zeepier.

Voortplanting
De regenworm plant zich voort door middel van het zadel. Deze verdikking, die je duidelijk kan zien, is het geslachtsorgaan van de regenworm. Dit zadel scheidt slijm af waarin de eitjes worden gelegd. Het maakt niet uit of de regenworm een mannetje of een vrouwtje tegenkomt om te paren. Ze zijn tweeslachtig of hermafrodiet. De regenworm is dus tegelijkertijd mannetje en vrouwtje. De regenwormen bevruchten elkaar. Het zadel zal nu de rest doen. Na twee weken komen de wormen uit het zadel gekropen en boren zich een weg in de grond. Het slijm gebruikt de regenworm ook bij het graven van zijn gangen. Wanneer het slijm aan de aarde wordt toegevoegd, zullen de gangen niet instorten.

Een prachtig moment: het wormenhotel in volle grond!

Mijn explorerende grondhouding:
Ik stel vast dat:
Mijn explorerende grondhouding zelf startte naar aanleiding van de prikkels van Siemon. Ik zag de wormen wel kruipen in de aarde, had Siemon er op gewezen, maar wilde eigenlijk vanuit Siemon zelf de interesse horen om er dan op verder te gaan.

Leerwens:
- Ik zou zelf wat meer willen ontdekken van de natuur. Ik moet daarvoor op zoek gaan naar: Wat wil ik weten? Wat willen kinderen weten? Wat is nuttig? Waar let ik op?
- Mezelf spontaan meer vragen stellen over natuurbeestjes, vanwaar komen ze? Met welke reden? Wat is interessant aan zo'n beestje?
- Ik moet leren selecteren welke nuttige info is.
- Leren zelf dingen tegemoet gaan en niet in functies van prikkels van kinderen of tenzij het een hulpmiddel is er meer uithalen.

Actieplan:
- Ik ga zelf op zoek naar wormen en doe hetzelfde nog eens opnieuw: bekijken, bestuderen, breder kijken naar...
- Voor mij is het misschien een hulpmiddel dat kleuters prikkels geven om verder te exploreren, ik ga voortaan een boekje aanleggen, met daarin de interesses van kleuters om zelf mijn explorerende grondhouding te verdiepen.
- Ik ga de kleuters of kinderen vanuit de familie observeren, en daar waar zij exploreren, probeer ik spontaan mee te doen.

Wat kan ik vandaag al beter?
Leren interesses zien van kinderen. Maar zelf ook prikkels willen geven. Ik vond van mezelf dat ik Siemon en Gilles al best info kon bezorgen, maar weet dat ik nog een heel leerspoor moet ondergaan. Ik vond het positief van mezelf dat ik deze jongens zo gestuurd heb om te leren ontdekken.

Zelf moet ik meer dingen gaan ontdekken, opsporen, zoeken om mijn explorerende grondhouding nog meer op te wekken.